Oestrogeen, progesteron en testosteron: de hormonen van de overgang uitgelegd
Je arts noemt oestrogeen, progesteron en soms testosteron, in pil-, pleister- of gelvorm. Wat doet elk hormoon, wat is het verschil tussen lichaamsidentiek en synthetisch, en wat zegt het onderzoek écht over het risico op kanker?
Je zit bij de arts en de namen vliegen voorbij: oestrogeen, progesteron, misschien testosteron. Een pil, een pleister, een gel. "Lichaamsidentiek" tegenover "synthetisch". En dan die vraag die je eigenlijk al de hele tijd wilde stellen, maar niet durfde: verhoogt dit mijn risico op kanker? Je bent niet de enige die het overzicht kwijt is — de meeste vrouwen krijgen deze informatie in een gesprek van tien minuten, terwijl het om jaren van je leven gaat.
De drie hormonen die een rol spelen in de overgang
Oestrogeen is het hormoon waar de meeste klachten mee te maken hebben. Het regelt niet alleen je cyclus, maar ook je botdichtheid, je huid, je slaap en de manier waarop je lichaam temperatuur reguleert. Wanneer de productie tijdens de overgang daalt, voel je dat vaak het eerst via opvliegers, nachtzweten of een huid die anders aanvoelt.
Progesteron werkt in je lichaam vooral samen met oestrogeen: het balanceert het effect van oestrogeen op het slijmvlies van de baarmoeder en heeft daarnaast een kalmerend effect dat slaap bij veel vrouwen ten goede komt. Heb je nog een baarmoeder, dan krijg je bij oestrogeentherapie bijna altijd ook progesteron of een progestageen voorgeschreven — niet om klachten te verminderen, maar om het baarmoederslijmvlies te beschermen tegen ongecontroleerde groei.
Testosteron wordt het vaakst vergeten, ook door artsen. Het speelt een rol in energie, libido en mentale scherpte, en daalt tijdens de overgang net als oestrogeen — alleen geleidelijker. Wanneer klachten als een laag libido of blijvende vermoeidheid aanhouden ondanks oestrogeentherapie, wordt soms een lage dosis testosteron toegevoegd.
Lichaamsidentiek of synthetisch: wat is het verschil?
"Lichaamsidentiek" betekent dat de molecuulstructuur van het hormoon exact overeenkomt met wat je lichaam zelf aanmaakt — meestal gemaakt op basis van plantaardige grondstoffen zoals yam of soja, maar nadien in een laboratorium bewerkt tot een gestandaardiseerd, doseerbaar geneesmiddel. Dat is dus iets anders dan een supplement uit de drogisterij.
"Synthetisch" betekent dat de stof een iets andere chemische structuur heeft, met een vergelijkbaar effect maar niet exact dezelfde werking. Bij oestrogeen zijn de meeste pleisters, gels en moderne tabletten tegenwoordig al lichaamsidentiek (estradiol). Het grootste verschil zit bij progesteron: microniseerde capsules met lichaamsidentieke progesteron (zoals Utrogestan) bestaan naast gecombineerde pillen met een synthetisch progestageen. Welke van de twee voor jou geschikt is, hangt af van je persoonlijke situatie — en dat is precies waarom dit een gesprek met je arts verdient, niet een keuze die je alleen op basis van een folder maakt.
En dan de toedieningsvorm: pil, pleister, gel of ring?
Hoe een hormoon je lichaam binnenkomt, maakt verrassend veel verschil. Een tablet gaat eerst langs de lever voor het in je bloed terechtkomt, en dat verhoogt bepaalde stollingsfactoren. Een pleister, gel of spray slaat die stap over omdat het hormoon rechtstreeks via de huid wordt opgenomen.
Een meta-analyse in The Journal of Clinical Endocrinology & Metabolism vond dat orale oestrogeentherapie een 63% hoger relatief risico op een eerste trombosevorming gaf dan transdermale toediening (pleister/gel), en een kleinere, minder zekere aanwijzing voor een verhoogd beroertegevaar. Dat klinkt verontrustend, maar het gaat om een relatief risico: voor de meeste gezonde vrouwen blijft het absolute risico laag. Toch is dit precies waarom veel zorgverleners vandaag een pleister of gel verkiezen boven een pil, zeker bij vrouwen met overgewicht, migraine of trombose in de familie.
En hormonen en kanker — wat zegt het onderzoek?
Dit is meestal de eerste vraag die vrouwen zich stellen, en terecht. De grootste en meest geciteerde studie hierover is een analyse van de Collaborative Group on Hormonal Factors in Breast Cancer, gepubliceerd in The Lancet, op basis van gegevens van meer dan 100.000 vrouwen met borstkanker wereldwijd.
De cijfers, voor vijf jaar gebruik vanaf je vijftigste: bij een combinatie van oestrogeen met dagelijks progestageen kwam er gemiddeld ongeveer 1 extra geval van borstkanker per 50 gebruiksters bij tussen je vijftigste en zeventigste. Bij een combinatie met periodiek progestageen was dat ongeveer 1 op 70. Bij oestrogeen-alleen-therapie (voor vrouwen zonder baarmoeder) was het verschil veel kleiner: ongeveer 1 op 200. Tien jaar gebruik verdubbelt deze cijfers ongeveer. Vaginale oestrogeencrèmes of -ringen, gebruikt tegen droogheidsklachten, lieten in dit onderzoek géén verhoogd risico zien.
Belangrijk om bij deze cijfers stil te staan: het zijn gemiddelden over een grote groep, geen voorspelling voor jou persoonlijk. Het absolute risico — het werkelijke aantal extra gevallen — ligt voor de meeste vrouwen veel lager dan de vaak geciteerde relatieve percentages laten vermoeden, en recenter onderzoek wijst erop dat lichaamsidentieke progesteron en transdermale oestrogeen mogelijk gunstiger uitvallen dan de oudere synthetische varianten uit de studies van twintig jaar geleden — al is dat nog niet definitief bevestigd over lange termijn. Dit is ook geen vraag die je in je eentje moet beantwoorden: je persoonlijke risico hangt af van je familiegeschiedenis, je gewicht, en andere gezondheidsfactoren, en dat weeg je samen met je arts, gynaecoloog of menopauzeconsulent af.
Dus welke optie past bij jou?
Er is geen standaardkeuze die voor iedereen klopt. Of je nog een baarmoeder hebt, welke klachten het zwaarst doorwegen, je persoonlijke en familiale voorgeschiedenis, en je voorkeur voor een pil, pleister, gel of ring — het speelt allemaal mee. Wat wel voor iedereen geldt: ga het gesprek voorbereid in. Noteer vooraf wat je merkt, wat je vraagt, en wat je al geprobeerd hebt — onze gespreksgids "Praten met je arts" bij de Hulpmiddelen is daar speciaal voor gemaakt. Wil je eerst de volledige achtergrond rustig doorlezen voor je dat gesprek voert, dan vind je die in Hormonen In Balans.
Bronnen: de cijfers over borstkankerrisico per type hormoontherapie zijn gebaseerd op de Collaborative Group on Hormonal Factors in Breast Cancer, gepubliceerd in The Lancet (2019;394:1159-1168). Het vergelijkend risico van orale versus transdermale oestrogeentherapie op trombose en beroerte is gedocumenteerd in Mohammed et al., The Journal of Clinical Endocrinology & Metabolism (2016;100(11):4012-4020). Dit artikel vervangt geen medisch advies; bespreek je persoonlijke risico altijd met je arts, gynaecoloog of menopauzeconsulent.
Kracht